• Fleur van der Put

De herontdekking van mijn happy place

Nee, mijn happy place is niet DisneyLand of een ander themapark. Mijn happy place is de atletiekbaan. De plek waar ik als vijf-jarige mijn eerste stappen deed omdat mijn zus graag naar hardlopen keek op televisie. De plek waar ik leerde wat mijn uitlaatklep is, de plek waar ik Nederlands Kampioen mocht worden, de plek waar ik veertig meter eenentachtig als persoonlijk record wierp terwijl ik wist dat ik meer kan dan die veertig meter. Maar het was ook de plek die een frustratie werd en waar ik voor een paar jaar geen plezier meer uithaalde. Tot gister.

Toen mijn zus klein was keek zij graag naar atletiek, want dat hardlopen vond zij wel wat. Mijn vader had een collega die training gaf bij de atletiekvereniging in Leiden en besloot daar te gaan kijken. Mijn zus werd lid, later ook lid van atletiekverenigingen in Maastricht en Utrecht. Als vijfjarige ging ik mee om zodra ik zes was ook lid te worden. Als ik terugkijk op foto’s van mijn jeugd op de atletiekbaan zie ik een stralend kind mét sixpack. Vraag mij niet waar die sixpack is gebleven. Er is een foto van mijn zus en mij in ons blauwe clubtrui waarin wij uitkijken over de atletiekbaan. Die trui had ik toen ik acht was, hij was gigantisch groot. Op ongeveer mijn zestiende groeide ik uit die trui, maar ik groeide niet uit de sport.

Foto uit mijn pupillentijdperk

Vanaf mijn elfde begon ik met discuswerpen. Ik werd getraind door Gert die mij enthousiast en gepassioneerd kreeg in het werpen. Ik ben hem hier voor altijd dankbaar voor. Zonder zijn enthousiasme had ik nooit liefde voor het werpen gekregen. Als D-junior verbrak ik de clubrecords van discuswerpen (staat nog steeds!) en kogelslingeren (dit clubrecord werd verbroken door een lieve atletiekvriendin, Marije). Ik deed mee met de D-Spelen, een soort NK voor atleten in die leeftijdscategorie. Het eerste jaar werd ik vijfde, wat ook een podiumplaats had kunnen zijn mits de discus niet tien centimeter naast de sector belandde. Ik moet het filmpje van die worp nog ergens hebben, mijn zus en broertje hoorbaar teleurgesteld in het feit dat de sector niet iets wijder was. Het jaar daarop kreeg ik een nieuwe trainer, Marc, en mocht ik een bronzen medaille in ontvangst nemen op de D-Spelen. Het filmpje wat mijn vader maakte getuigd van trotsheid, zelf kijk ik er giechelend naar gezien mijn schattige brilletje wat ik destijds droeg. Mijn deelnames aan de D-Spelen lieten duidelijk zien dat ik talent had voor het “frisbeeën” en ik werd steeds enthousiaster.

Ik sta rechts, op plek 3!

Als C-Junior werd het gewicht wat zwaarder, maar ik was ook ouder en dus sterker, dat laatste vond ik voornamelijk zelf. Het clubrecord verbreken wilde maar niet, maar ik haalde voor het eerst wel de grens van dertig meter. In Best mocht ik mijn tweede jaar als C-Junior afsluiten als Nederlands Kampioen Clubteams met mijn meidenteam, terwijl het jongensteam in Groningen ook geheel onverwacht Nederlands Kampioen werden. Dat was enorm gaaf kan ik je vertellen! We werden gehuldigd bij de gemeente en ik voelde mij echt stoer omdat ik dat (samen met mijn team) bereikt had. In mijn C-Juniorentijd mocht ik “selectietraining” gaan doen bij Martijn, de trainer van Ultimate Throwing Team Leiden. De naam klinkt iets spannender dan dat het daadwerkelijk is, namelijk de senioren-werpgroep van de atletiekvereniging. Al snel mocht ik mijn aansluiting in de groep maken, als dertienjarig schattig blond meisje dat weigerde haar haren in een staart te doen. Waar ik nu als 23-jarige op terug moet komen, het sport een stuk fijner als je haar in een staart zit.

Tijdens de competitiefinale in Breda waarin ik Nederlands Kampioen werd met mijn team

Als B-Junior was het streven meedoen met het NK Junioren. Ik schreef mij in, maar stond reserve. Dat was niet erg, ik was tenslotte maar eerstejaars B-Junior. Een week voor het zover was was ik opgeschoven naar de vijftiende plek en mocht ik afreizen naar Breda voor mijn eerste officiële Nederlands Kampioenschap. In de auto naar Breda deed ik een typische Fleur-actie: ik kwam erachter dat ik mijn uniepasje was vergeten en die had ik nodig met aanmelden. Gelukkig voldeed het ID van mijn moeder en mocht ik meedoen. Ik mocht mijzelf tiende van Nederland noemen, net als het jaar daarna.

NK B Junioren

Als B-Junior ging ik van dertig meter naar vijfendertig meter. Mijn eerste jaar als A-Junior haalde ik mijn rijbewijs en mijn propedeuse Sociaal Pedagogische Hulpverlening in dezelfde week als ik een vijfde plek op het NK Junioren mocht bemachtigen. Ik was meer dan trots. Mijn trainingen bij Martijn gingen steeds beter en ik werd steeds sterker door de krachttraining. Inmiddels kon Martijn mij ook best goed en hielp mij mijn angsten te overwinnen voor bepaalde oefeningen. Opeens vloog ik over hordes heen en sprong ik op kasten. Mijn techniek ontwikkelde en stoomde mij klaar voor mijn laatste juniorenjaar. En dat werd een jaar. Ik mocht ranglijstaanvoerder worden, ik behaalde vijfde plaatsen bij het Nationale Baancircuit (soort van Eredivisie maar dan in de atletiek), ik wierp voor het eerst veertig meter, werd derde op het Nederlands Studentenkampioenschap, tweede op het Nederlands Kampioenschap voor junioren en pakte mijn revanche op het NK Teams voor Junioren en werd met mijn team Nederlands Kampioen. In de gemeente Leiden ontving ik een aanmoedigingsprijs en in mijn eigen gemeente mocht ik mijzelf sportvrouw van het jaar 2015 noemen. Ik was meer dan trots, alleen de jaren daarna werd atletiek een grote struggle.

Prijsuitreiking NK A Junioren

Ik beleefde geen plezier meer. Ik was gebrand op bewijzen dat veertig meter werpen geen uitschieter was, maar de standaard en verder. Het werd een doel op zich in plaats van dat ik er van genoot. De frustratie bleef en vervolgens kwam er een burnout overheen. Daarna probeerde ik het weer op te pakken, dit keer met als doel het plezier weer vinden. Dit werkte niet, want blijkbaar heb ik toch wat kleine druk op mijzelf nodig om het leuk te vinden. Discuswerpen op zich is leuk, echt waar, maar het is nog leuker als de schijven door de lucht vliegen, als er nieuwe dingen zijn om te leren in techniek, als je weer iets verder werpt dan de training ervoor, als je sterker wordt, als je sneller wordt en als je stabieler gaat werpen. En daarnaast als je iemand hebt die je liefde voor de sport deelt, met wie je samen naar de atletiekbaan kunt gaan en je motiveert en steunt in de doelen die je wilt bereiken. Sinds een paar maanden woon ik vrijwel naast de atletiekbaan in Lisse en ben ik daar lid geworden. De trainer van mijn vriend heeft mij nu pas drie keer mogen trainen (volledig in coronastyle op 1,5e meter afstand), maar ik heb nú al nieuwe dingen geleerd en wat is dat leuk! Mijn nieuwe doel in het discuswerpen is: weer sterker worden in mijn worpen door veel te leren over techniek en langzaamaan weer wat sterker te worden in mijn fysiek. En bovenal: veel plezier hebben!

Foto van mijn eerste worp over de veertig meter!


2 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Naar binnen kijken

Nee, ik bedoel niet naar binnen gluren bij de buren, maar naar binnen kijken naar jezelf. Dat is iets wat ik de afgelopen week weer deed doordat mijn lichaam mij weer even terugfloot. Altijd als ik mi

Haat-liefde verhouding met sociale media

Ik ben fan van sociale media. Met name Instagram en YouTube. Het inspireert mij in mijn creativiteit, kan mij helpen met mentale gezondheid én leert mij nieuwe dingen zoals onder andere voeding. Maar

 
  • Instagram

©2020 door Fleurise. Met trots gemaakt met Wix.com