• Fleur van der Put

Het verhaal van een vrijdagmiddag en twee mandolines

Onhandig stap ik op mijn fiets. In mijn linkerhand houd ik een tas vast met daarin een typemachine. De typemachine kreeg ik van mijn oma. Daar fiets ik nu vandaan. Het duin af, naar huis. In mijn oren heb ik muziek. Het eerste nummer dat ik hoor heet Oceaan, het is van Racoon. De koude wind snijdt in mijn gezicht. De tas met de typemachine verschuift op mijn bagagedrager. Ik zoek mijn evenwicht en op dat moment valt mijn rechteroortje uit. Weg muziek. Ik zucht. Ik heb geen hand vrij, want ik moet ook kunnen sturen en remmen. Daarnaast maken mijn iets-te-grote-handschoenen het mijn stuurvaardigheden niet makkelijker. Zachtjes vloekend fiets ik verder. Ik kijk om mij heen of niemand mij heeft gehoord. Dan valt mij iets op als ik langs een slootje fiets. Op het fietspad ligt een reeds aangereden en overleden meerkoet. Plots denk ik opeens aan het liedje van Thijs Boontjes. Het Valt Niet Mee is een nummer over het “zware leven” van een meerkoet. Ironisch genoeg valt het leven voor de aangereden meerkoet allesbehalve mee, aangezien hij het leven heeft moeten laten. Een lach borrelt in mij op en ik ben vergeten waarom ik net vloekend op de fiets zat. Niet veel later rijd ik het slop binnen. Onhandig ram ik de klemmende poort open en zie mijn vader aan de tafel zitten. Hij is eerder uit zijn werk gekomen en werkt nu aan de eettafel. Ik zet mijn fiets in de schuur en loop naar binnen.

Daar groet ik mijn vader en vertel hem hoe stoer ik mijn oma vind. Ik kan nogal eens wat klagen. Ze is drieëntachtig en je kan merken dat ze ouder is geworden. Ze is wat kribbiger en dat vind ik moeilijk. Terwijl ik vanmiddag genoot van een kopje thee bij haar vertelde zij mij een verhaal over vroeger. Ik wist altijd al dat zij iemand was die graag met haar tijd mee wilde gaan, maar vandaag werd mij dat weer eens extra duidelijk. Waar buiten de vlaggen van het bejaardentehuis in de wind wapperen, de afgebrande manege er troosteloos bij stond en de kou zichtbaar was aan de duinen luisterde ik aandachtig naar mijn oma. Het begon met verhalen over mijn jeugd. We hadden het over opvoeding en wat wij daarin wel en niet allemaal mochten. Ooit vertelde mijn vader mij ooit over dat mijn oma piano wilde leren spelen, maar zij mocht van mijn opa geen piano kopen. Ja, dat was normaal in die tijd. Ik vroeg mijn oma daar naar.

Zij is altijd vrij muzikaal geweest, een talent wat ik helaas niet bezit maar liefde voor muziek mocht ik wel van haar erven. Oma vertelde heel stoer dat zij vroeger van haar vader al helemaal niets mocht. Ik kan mij er weinig van voorstellen aangezien ik in een tijd ben opgegroeid waar alles mogelijk is. Oma verteld verder over dat zij en haar tweelingzus beiden een mandoline in hun bezit hadden. Ze vonden het een oude-mevrouwen-instrument en wilden graag voor hun verjaardag een gitaar en een ukelele. Als hun vader vraagt wat zij willen geeft hij als antwoord op hun wens dat zij dan niets krijgen, en zo geschiedde. De volgende verjaardagen gebeurd hetzelfde. Op een dag besluiten mijn oma en haar tweelingzus om na hun werk bij de V&D in Leiden bij de muziekwinkel de mandolines te verkopen. Na al die jaren zijn ze het weleens zat. De muziekwinkel waar zij al mening malen voor de ruit hebben gestaan neemt de mandolines van hen over. Eenmaal thuis blijkt de vader van mijn oma woest, verteld zij mij al giechelend. Toch krijgen ze uiteindelijk de gitaar en de ukelele, maar zij mochten geen les volgen. De reden? Lessen waren te duur.

Gelukkig spelen twee vriendinnen van mijn oma en haar tweelingzus gitaar en ukelele. Zij volgen lessen en leren mijn oma en haar zus de kneepjes van het vak. Niet veel later worden zij, mijn oma en haar zus, benaderd door een meneer die hen vraagt op te treden in een eetgelegenheid in het dorp. Nu komt er een verhaal dat ik al kon. Het verhaal van de zingende zusjes, mijn oma en haar tweelingzus. De CD’s die mijn vader vroeger brandde met kinderliedjes voor ons heette De Zingende Zusjes, met daarop een aandoenlijke foto van mijn zus en mij. Als een soort ode aan mijn optredende oma en haar tweelingzus.

Ik benijd mijn oma om haar “rebelse” daden. Nu klinkt het vrij suf, maar toen de tijd was dit alles tegen het regime van haar vader, het gezinshoofd, in. Zo heeft mijn oma meer van dit soort verhalen. Ze was een van de eerste mensen die werkte met computers en heeft altijd hard gewerkt, zelfs binnen haar huwelijk, wat voor die tijd vrij uniek was. Ik ben trots op mijn oma. Zij heeft mij met haar verhalen geleerd dat het belangrijk is om je eigen pad te kiezen, je te blijven ontwikkelen en dat te veel dingen tegelijkertijd willen doen je op ten duur sloopt. Natuurlijk zijn er ook dingen waar ik het absoluut niet mee eens ben. Alleen ben ik met mijn eenentwintig jaar mij er meer dan van bewust dat je je gelukkig mag stellen met al het mooie en kleine in je leven. Dat dat juist de dingen zijn waar je dankbaar voor mij zijn. in mijn jeugd waren mijn ouders en grootouders er altijd voor mij en dat zijn ze nog altijd. Ik ben dankbaar voor mijn stoere oma en voor alle verhalen die ik nog altijd van hen mag aanhoren. Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend en daarom vind ik mijn grootouders bijzonder. En in het kader van Internationale Vrouwendag vind ik dat mijn oma mij heeft geleerd om gewoon te doen wat jij wilt, ondanks dat iemand anders het daar misschien niet mee eens is. Volg je hart en je zal gelukkig zijn.

0 keer bekeken0 reacties
 
  • Instagram

©2020 door Fleurise. Met trots gemaakt met Wix.com